Jan Maliepaard

Jan Maliepaard

Gouache

pietjebellDe  realistische schilderijen zijn gemaakt in de verfsoort gouache, ook wel plakaatverf genoemd.

Een gouache is een op waterverf gebaseerd schilderij waarbij de ondergrond niet meer zichtbaar is, dit in tegenstelling tot bij een aquarel.

De dekkende eigenschap van gouache in eigenlijke zin wordt verkregen door de waterverf te mengen met een dekkend wit. Vroeger was dat kalk vermengd met Arabische gom; vanaf het midden van de 19e eeuw zinkwit of lithofaan. Plakkaatverf wordt alleen op papier of katoen gebruikt, omdat het niet hecht op andere ondergronden.

Het woord gouache komt van het Italiaanse guazzo, dat oorspronkelijk een heel andere techniek aanduidde: het schilderen met olieverf op een tempera-ondergrond. De term gouache in de huidige zin stamt uit de achttiende eeuw van Frankrijk, maar de techniek wordt al sinds de zestiende eeuw toegepast bij het schilderen van schilderijen; nog veel eerder werden in de miniatuurkunst handschriften met dekverf verluchtigd. In de 18e eeuw werd gouache veel gebruikt in een gemengde techniek samen met pastel of aquarel – maar ook industrieel bij de productie van behangselpapier.

Vanaf het eind van de 19e eeuw wordt ook zelfstandige plakkaatverf in allerlei kleuren verkocht, zoals de naam al aanduidt oorspronkelijk om plakkaten, affiches, te schilderen. Het Engelse poster paint of poster colour verwijst hier ook naar. Het bindmiddel is meestal dextrine, soms ook het watervast opdrogende caseïne. Vroeger waren de pigmenten erg goedkoop en dus weinig lichtecht. De techniek werd vooral gebruikt om vergankelijke werken te scheppen; behalve posters ook illustraties, decoraties en decors. Vandaar de ook wel gebruikte naam decoratieverf. De laatste jaren worden ook duurdere typen vervaardigd met lichtechte pigmenten. Toch is het aantal kunstenaars dat de techniek voor hoofdwerken gebruikt vrij gering. Plakkaatverfschilderijen zijn tamelijk kwetsbaar, waardoor het veelal beperkt blijft tot de verfdozen van kinderen.

Gouacheverf droogt mat op en veel lichter dan het er uitziet als het nog nat is. Het is daarom uitermate moeilijk om eenzelfde kleur te mengen. De reden hiervoor is dat de pigmentconcentratie erg hoog is. Dit betekent ook dat de verffilm niet sterk door het bindmiddel beschermd wordt en daarom snel verkleurt. Droge plakkaatverf vertoont ook snel barsten als het te dik wordt aangebracht. Een verdikkingsmedium kan hiertegen gebruikt worden; er bestaan ook aparte plakkaatverfvernissen. Deze methoden doen wel afbreuk aan het typische matte karakter van de techniek.

Een bekende schilder die ook werkte met plakkaatverf was J.M.W. Turner. Hij gebruikte het op gekleurd papier.